Onderzoekers: preventie beroepsziekten kan veel effectiever

29 juni 2020

Wie dagelijks op het werk in contact komt met gevaarlijke stoffen, loopt een grotere kans om ziek te worden. Maar niet iedereen die op het werk wordt blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt daadwerkelijk ziek. Waarom dat zo is, is lastig te achterhalen, omdat preventie op dit vlak nog erg algemeen is. Twee Nederlandse onderzoekers stellen nu dat een andere aanpak preventie veel effectiever en gerichter zou kunnen maken.

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen tijdens het werk draagt voor circa 5% bij aan de totale ziektelast in Nederland. Dat percentage is vergelijkbaar met obesitas. Jaarlijks sterven aan de gevolgen van deze beroepsmatige blootstelling circa vierduizend (oud-) medewerkers. Een veelvoud daarvan wordt ziek. 

Exposoom onderzoek

Dat de een wel ziek wordt van beroepsmatige blootstelling aan gevaarlijke stoffen en de ander niet, betekent dat er meer factoren zijn die een rol spelen. Juist door ook deze factoren in kaart te brengen, kun je preventie van beroepsziekte door blootstelling aan gevaarlijke stoffen gerichter maken. Dat stellen Anjoeka Pronk (TNO) en Roel Vermeulen (Universiteit Utrecht) in een artikel waarin zij beschrijven hoe zogenaamd ‘exposoom-onderzoek’ voor meer effectieve preventie van (beroeps)ziekten zou kunnen zorgen.

Combinatie van blootstellingen

Exposoom is de tegenhanger van het genoom, de genetische samenstelling van een persoon. Het is de totaliteit van externe factoren en stoffen die we opnemen tijdens ons leven. Het gaat hierbij dus om een combinatie van allerlei blootstellingen, bijvoorbeeld tijdens werk, reizen en in de woonomgeving. Deze combinatie is voor ieder mens anders. En om het biologische effect van deze combinatie van blootstellingen op de gezondheid van een persoon te onderzoeken, speelt iemands persoonlijke afweersysteem natuurlijk ook een rol. 

Persoonlijke grenswaarde

Met een exposoom-onderzoek zou kunnen worden gedefinieerd welke (combinaties van) blootstellingen onder welke omstandigheden leiden tot (vroege) gezondheidseffecten en ziekte. Daardoor zou per individu kunnen worden bepaald of hij in de buurt van zijn persoonlijke grenswaarde komt. Maar hoe ziet zo’n exposoom-onderzoek er nou eigenlijk uit? Er komen in elk geval heel veel sensoren aan te pas, die realtime data over blootstelling verzamelen. Maar daar blijft het niet bij. Volgens de onderzoekers is het ook nodig dat individuele ‘biomarkers’ veel makkelijker gemeten kunnen worden. Daar is nu nog vaak bloedafname voor nodig. Nieuwe meettechnieken, bijvoorbeeld via uitademingslucht of urine, zouden het meten van biomarkers moeten vergemakkelijken.

Effectieve persoonlijke preventie

Door het in samenhang bestuderen van de data uit al deze verschillende metingen, wordt preventie volgens de onderzoekers effectiever én makkelijker. Risico’s kunnen beter worden beoordeeld en er kunnen voor elk individu beter onderbouwde grens- en advieswaarden voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen worden opgesteld. Een werknemer die zijn persoonlijke advieswaarde dreigt te overschrijden, ontvangt dan een waarschuwing. Het risico op de ontwikkeling van een werkgerelateerde aandoening wordt zo al in een vroeg stadium voor elke werknemer geïdentificeerd. 

Deel dit artikel op social media

Gerelateerde artikelen